Wie wil er nou niet wethouder zijn?

Een vervolg op ‘Wie wilt er nou nog wethouder zijn’

Wethouder zijn; het was, is, en blijft een mooie functie. Alleen, je doet het nooit voor iedereen goed. Er zijn ‘deskundigen’ die denken overal verstand van te hebben en die hun mening digitaal ventileren. Natuurlijk wil niemand meer wethouder worden lijken velen te denken … toch?

Deze opmerkelijke vraag poneerde wethouder Frans Stienen (gemeente Helmond) in het interview dat we afgelopen najaar met hem hadden. Hij merkte scherp op dat wethouders vol idealen aan de functie beginnen, maar dat het door teruglopende budgetten steeds moeilijker wordt om een visie te realiseren en daarmee om (verkiezings)beloften na te komen. Tegelijkertijd wordt de burger steeds mondiger – met name tegenstanders roeren zich op allerlei digitale platforms. Een goede discussie op basis van argumenten wordt dan heel lastig.

Wij vroegen ons af of “de Nederlandse wethouder” hier ook zo over denkt en trokken het land in. We maakten een mooie mix van gemeenten van verschillende grootte, leeftijd en politieke kleur en voelden de volgende wethouders aan de tand:

WETHUDER BEA VAN BEERS

2016-11-Victor-Everhardt-web

wethouder_arthur_boone_0

stienen1

 

 

 

Bea van Beers Victor Everhardt Arthur Boone Frans Stienen
Gemeente Dongen (25.000 inwoners) Gemeente Utrecht(340.000 Inwoners) Gemeente Westervoort
(15.000 inwoners)
Gemeente Helmond
(90.000 inwoners)
PvdA D66 VVD CDA

Social Media

In onze samenleving speelt het gebruik van Social Media een steeds grotere rol. De wethouders herkennen, dat het hierdoor steeds lastiger wordt om een goede discussie te voeren op basis van argumenten. ‘Mensen zoeken hun eigen waarheden door middel van Google wijsheden’ stelt Arthur Boone. Omdat informatie voor het oprapen ligt gaan mensen zelf van alles op het internet uitzoeken en komen vaak met argumenten die op een specifieke situatie niet van toepassing zijn. Vaak moet je als wethouder opnieuw aan de slag om aan te tonen dat de Google wijsheid niet klopt. Arthur: ‘Google wijsheid is heel gevaarlijk voor een goed debat – en bovendien heel tijdrovend’.

Social Media kan echter ook worden ingezet om discussies te initiëren, bijvoorbeeld om het draagvlak voor specifieke plannen te toetsen. Bea van Beers (wethouder in Dongen) neemt Social Media mee in het overbrengen van de boodschap. ‘Men vergeet vaak het gevoel van de burger bij het maken van een besluit. Je moet ophalen hoe men zich bij een bepaald plan voelt en het daarna positief gebruiken. Hiermee krijg je een beter plan of voorstel.’ Het is echter jammer dat dit eerder een uitzondering is dan de regel.

Toerenteller 1

Bea volgt discussies op de voet, zowel in de reguliere pers, bij bewonersavonden, als op Social Media en lokale websites. Maar Victor Everhardt heeft er bewust voor gekozen om zich niet persoonlijk uit te laten op Social Media. Er wordt vanuit de gemeente Utrecht wel actief gemonitord en gecommuniceerd op Social Media: ‘We informeren, beantwoorden vragen en reageren op feitelijkheden’, vertelt Sylvia Borgman (communicatieadviseur van de gemeente Utrecht). De Gemeente Utrecht doet dit juist om mensen te betrekken en ervoor te zorgen dat dingen niet een eigen leven gaan leiden door onzekerheden of onjuiste feiten. Volgens Victor is het daarom enorm belangrijk om de feiten en kennis die je hebt over een bepaald project te delen om het debat inhoudelijk te kunnen voeren. ‘Politiek is namelijk ook emotie en gevoel. Door transparant te zijn, kun je die aspecten al dan niet ondersteunen met argumenten. Waardoor het mogelijk wordt een goed debat te voeren.’

Openheid versus kwetsbaarheid

De groei van (Social) Media heeft invloed op de manier van besturen. Victor Everhardt: ‘De tijdsgeest vraagt om openheid. Je moet nu als bestuurder het lef hebben om dingen uit handen te geven en documenten openbaar te stellen. Dit zorgt ervoor dat gesprekspartners gevoel krijgen bij de hoeveelheid en diversiteit aan knoppen waaraan gedraaid wordt op het enorme dashboard van het gemeentebestuur.’

Deze openheid geldt in Utrecht twee kanten op, richting de gemeenteraad en richting stakeholders in een project of dossier. De gemeenteraad heeft in Utrecht bijvoorbeeld gevraagd om voor de 2e fase van het Stationsgebied meegenomen te worden in de kleine stapjes die voorafgaan aan het uiteindelijke plan, in plaats van het plan als definitief gepresenteerd te krijgen. Dit heeft ervoor gezorgd dat er nog geen structuurvisie is opgesteld maar dat men nu in Utrecht werkt aan de hand van zeven keuzedocumenten en dat deze met de stad worden besproken. ‘Zoveel mogelijk stakeholders worden in dit proces betrokken, en de verschillende standpunten van alle partijen en van bewoners worden geïncorporeerd in de keuzes.’ De dilemma’s van het bestuur zijn de dilemma’s van de stad en visa versa. Openheid van zaken is cruciaal.

Bea van Beers associeert openheid ook met kwetsbaarheid en constateert: ‘Het is heel moeilijk om je in een politiek landschap kwetsbaar op te stellen.’ Arthur Boone deelt de mening dat het, politiek gezien, lastig kan zijn om altijd open en duidelijk te zijn. Het is echter wel cruciaal om dossiers verder te brengen én om als organisatie te kunnen groeien: ‘Want als je verder wilt komen moet je ook fouten kunnen maken.’ Natuurlijk is het zaak dat je eerst credits moet opbouwen, zodat je je een fout kunt permitteren. Victor Everhardt merkt hierover op, dat mensen je in de tweede termijn herkennen en beter weten wat ze van je kunnen verwachten. Daarmee wordt je slagkracht als bestuurder groter.

Ambtenaar 3.0

In het algemeen zouden gemeenten veel meer toe moeten naar open (plan)processen, met daarbij nadrukkelijk aandacht voor verwachtingsmanagement. Binnen vooraf gestelde kaders kan de uitvoering dan nog alle kanten op. Echter, veel wethouders en ambtenaren kunnen hier nog moeilijk mee uit de voeten.

Volgens Bea van Beers wordt er nog vaak geredeneerd vanuit een ‘checklist-benadering’: is de inwoner betrokken, check! In plaats van het daadwerkelijk onderbouwen waarom de inwoner betrokken is, wat hebben zij over een bepaald project gezegd en wat daarmee is gedaan. Bij zo’n procedure moeten de rollen en verantwoordelijkheden voor iedereen vooraf duidelijk zijn.

Middenin heeft veel ervaring met planprocessen waarin de gebruiker centraal wordt gesteld. Richard Koekoek (Middenin): ‘Een dergelijke benadering past in de gedachte dat een gemeente maatschappelijke organisaties als volwaardige partners ziet, die bijdragen aan de realisatie van (beleids)doelstellingen. Wat is voor hen van belang? Wanneer is er voor hen sprake van een ‘haalbaar’ plan, dat leidt tot een solide toekomstperspectief?’

toerenteller 2

Alle wethouders onderschrijven de potentiële meerwaarde van een open benadering, maar kijken verschillend aan tegen de bijbehorende risico’s. De ervaring wijst uit dat deze werkwijze niet alleen tot realistische plannen leidt; het zorgt daarnaast voor ambassadeurs buiten het gemeentehuis, die het project positief onder de aandacht brengen. Op deze manier vindt een verschuiving van ‘ambitie van de gemeente’ naar ‘een meerwaarde voor de stad’ plaats.

Het is nodig, maar ook lastig, om helder te communiceren waar precies de inhoudelijke en politieke keuzes zitten – en wat de consequenties zijn van de verschillende keuzemogelijkheden. Echter, alleen zo kun je betrokkenen meenemen, aan tafel of via de (social) media, en kun je je als wethouder open en eerlijk opstellen.

Maar als dat lukt, is het een prachtig vak! Dus … wie wil er nou geen wethouder zijn?