Wederzijds respect

De overheid focust zich meer en meer op haar kerntaken, en trekt zich op andere gebieden terug. Er ontstaat meer ruimte voor initiatieven uit de samenleving, waar tegenwoordig ook vaak een beroep op wordt gedaan. Het is tijd om vanuit deze nieuwe context na te denken over leefbaarheid, voorzieningen en het vastgoed dat daarbij nodig is, vonden ze in Oss. En dat doen ze, samen met bewoners en maatschappelijke organisaties in een open planproces. Wij van Middenin waren geïnspireerd door deze aanpak, om in samenwerking met burgers en het maatschappelijk middenveld tot een weloverwogen voorzieningenplanning te komen. Fons Geraedts, Teamleider Vastgoedmanagement van de gemeente Oss, die wij kennen uit het netwerk Makelpunten, wil maar wat graag delen wat de succesfactoren en wat de valkuilen zijn. En of niet iedere gemeente het zo zou moeten doen?

Niet meer kunnen ‘schelden’ op de gemeente
Inwoners zelf mee laten beslissen over het delen of eventueel opgeven van hun eigen clubhuis of gebouw? Werkt dat wel? Dat is eigenlijk één van de belangrijkste vragen die wij Fons wilden stelden. Fons: ‘Nou, burgers snappen inmiddels wel dat er hier in Oss íets moet veranderen. Maar ja, inderdaad, niemand wil zijn eigen kantine of school verliezen. Een kantine, dorshuis of school is voor hen meer dan een gebouw, het is een deel van hun identiteit en er ligt vaak een hele historie. Soms ervaren ze het zelfs wel eens als ‘gemeen’ van ons om hen hierin te betrekken. In zo’n geval is het voor gebruikers  makkelijker dat de gemeente de beslissing neemt, dan heb je samen een gemeenschappelijke ‘vijand’. ‘Het moest van de gemeente’. Nu moeten mensen voor hun club zelf die beslissing maken. Maar ja, het hele idee van co-creatie is wel om het op die manier te doen.

fons2
Om het proces van co-creatie te laten slagen is het nodig om  voldoende urgentie te voelen. Toen we begonnen, was dat er bij velen nauwelijks. ‘De kantine ziet er toch nog prima uit?’. ‘Er zitten toch voldoende leerlingen op onze school en het dorpshuis wordt toch goed gebruikt’. ‘Slechte financiële situatie van het dorpshuis is een gemeentelijk probleem’.

Door de cijfers van zowel het vastgoed als de demografische ontwikkeling te presenteren en uit te leggen wordt urgentie meestal wel gewekt. Zo zien mensen hoe slecht bezetting en exploitatie van hun dorphuis eruit ziet of dat het aantal kinderen in 10 jaar halveert.  Om samen met de burgers te komen tot goede toekomstscenario’s en vastgoedplanningen is het belangrijk om niet in te zoomen op een gebouw, maar juist te kijken naar alle voorzieningen in het betreffende gebied.

Duidelijkheid
Is een dergelijke benadering overal mogelijk? Fons: ‘We hebben een pilot uitgevoerd in een deel dorpengebied dat ons geschikt leek. De pilot heeft twee jaar geduurd, en we hebben er heel veel van geleerd. Aan het einde ging het zelfs bijna mis! Mensen wilden niet meer verder. Ik heb toen een aantal gesprekken gevoerd met leden van de dorpsraad en uiteindelijk zijn we eruit gekomen. De grootste les die ik daaruit heb geleerd was: duidelijk zijn! Wat verstaan we hier bij de gemeente nou eigenlijk onder co-creatie? Wat verwachten wij van deelnemers en wat mogen zij van de gemeente verwachten? Het proces vraagt om vertrouwen in plaats van sturing op controle en planning en goede afbakening van de rollen van alle betrokken partijen. Dit geldt niet alleen voor de projectleiders, maar ook voor de deelnemende collega’s, het management, het bestuur, de wijk- en dorpsraden en alle andere deelnemers en betrokkenen.

Bepaalde factoren hebben invloed op het tempo dat je kunt maken, zoals het feit dat dorpsraden slechts één keer in de 6 weken samen komen. Het betekent wel dat je als gemeente ook anders moet gaan denken. Dat bewustzijn is bij onze gemeente wel gegroeid. Als je co-creatie een serieuze kans wilt geven, moet je ook echt samenwerken op basis van wederzijds respect en gelijkwaardigheid en daar voldoende tijd voor nemen.’

Inmiddels is dit co-creatie proces succesvol doorlopen in 5 wijken en dorpengebieden in gemeente Oss .

fons1

 

Voor iedere gemeente weggelegd?
Richard: “Je laat het klinken alsof iedereen het voor elkaar zou moeten krijgen. Maar in de praktijk zien we dat het vaak misgaat. De ervaring van Middenin is dat veel gemeenten toch veelal vanuit controle handelen in plaats van vertrouwen te hebben in een proces en de uitkomsten daarvan.

Heeft dat wellicht te maken met de mate waarin mensen hun stempel willen drukken?

Fons: ‘Bij de gemeente Oss gunnen collega’s elkaar veel, en handelen op basis van samenwerking in plaats van dat het politieke spel domineert. Als mensen alleen maar zouden handelen vanuit een politiek machtsspel, dan was ik hier al lang weggeweest.”

Richard: “Akkoord, maar jij en je projectleiders stralen een enorme energie uit. Hoe bereik je dat, ondanks de pilot die behoorlijk wat tegenslagen heeft gekend? Fons: ‘Ehm… ik denk dat vertrouwen hebben in elkaar de sleutel is. Ik probeer ieder in z’n eigen kwaliteiten te laten geloven en functioneren. Ik heb bovendien het geluk te werken met projectleiders die over de juiste competenties en vaardigheden beschikken. Het zijn namelijk lastige processen die veel vragen van de projectleiders. Ik neem belemmeringen weg en sta achter of voor ze als dat nodig is. Ook als het mis gaat. Ik stimuleer mensen juist om de grenzen op te zoeken – en als het mis gaat, tja, dan gaat het maar een keer mis. Dat is het risico dat we dan lopen. Die steun organiseer ik ook bovenin de organisatie’.

Fons denkt even na en vat dan samen: “Wat essentieel is voor deze manier van werken, het co-creëren: een bepaald urgentiebesef, voldoende tijd en echt samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. En natuurlijk een cultuur waarin er vanuit vertrouwen in plaats van controle wordt gehandeld.”  Waar Fons naar onze overtuiging een belangrijke rol in heeft.

Over 5 jaar …
Fons is blij met zijn functie en de taak die hij mag volbrengen. Hier krijgt hij de vrijheid om te experimenteren en te pionieren. Om veel samen te werken en te bekijken hoe je mensen meekrijgt. Daar krijgt hij energie van. Op de vraag waar we Fons over 5 jaar zouden treffen, antwoordt de nuchtere Brabander: Geen idee, Ik zie het wel. Nu doe ik iets wat ik ontzettend leuk vind. Ik merk wel dat coaching en lesgeven mij wel ligt. Waar ik gelukkig van word? Van anderen te zien opbloeien,  ontwikkelen en doorgroeien en gelukkig zijn. Daar word ik dan weer gelukkig van.’